Nieuwsbericht1 november 2026

Belastingplan 2027: wat vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices moeten weten

Het Binnenhof en de Hofvijver in Den Haag

Op Prinsjesdag (15 september 2026) presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. Op 29 september volgde een brief van het kabinet met ingrijpende aanvullende voorstellen voor box 2 en box 3. Deze aanvullingen worden in een zogenoemde novelle verwerkt, die het kabinet uiterlijk 2 november naar de Tweede Kamer wil sturen. In deze nieuwsbrief zijn de relevante voorstellen uit het Belastingplan 2027, inclusief aanvullende voorstellen, voor vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices opgenomen.

De Tweede Kamer stemt naar verwachting op 12 november over het Belastingplan 2027. Daarna moet ook de Eerste Kamer nog beslissen. Veel van wat in deze nieuwsbrief staat is dus voorgesteld en nog geen wet. Voor vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices is het toch al zinvol om scenario’s in kaart te brengen.

De belangrijkste cijfers op een rij

Onderwerp20262027 (voorstel)
Box 1, schijf 1 (tot € 39.247; 2026: € 38.883)35,75%36,23%
Box 1, schijf 2 (tot € 78.426, volgens voorstel van 29 september tot € 80.578; 2026: € 78.426)37,56%38,16%
Box 1, schijf 3 (toptarief)49,5%49,5%
Box 2, lage schijf (tot € 69.607; 2026: € 68.843)24,5%24,5%
Box 2, hoge schijf (boven € 69.607 in 2027)31%29,2% (2027 t/m 2030)
Box 3, tarief36%36%
Box 3, heffingvrij vermogen per persoon€ 59.357€ 30.846
Box 3, forfaitair rendement overige bezittingen6,00%7,87%
Schenk- en erfbelasting, eerste schijftot € 158.669tot € 162.795
Vennootschapsbelasting (tot € 200.000 winst / daarboven)19% / 25,8%19% / 25,8%
Overdrachtsbelasting niet-eigen woning8%7%

Inkomstenbelasting box 1: iets hogere tarieven

Tarieven en schijven. De tarieven van de eerste twee schijven stijgen licht, als dekking voor de compensatie van zorgpremies uit de Voorjaarsnota. Het toptarief blijft 49,5%.

Grens van het toptarief. Volgens de brief van 29 september 2026 gaat de grens waarboven het toptarief geldt omhoog naar € 80.578 (eerder: € 78.426).

Pensioenopbouw. Voor pensioenopbouw in de loonbelasting wordt de aftoppingsgrens van € 137.800 van 2027 tot en met 2032 niet geïndexeerd. Dat raakt aandeelhouders van familiebedrijven die zichzelf een loon boven dat bedrag uitkeren.

Wat kunt u doen? Bekijk bij de planning van uw inkomen en pensioenopbouw wat de hogere tarieven en de bevroren aftoppingsgrens betekenen.

Inkomstenbelasting box 2: lager tarief, strengere leenregels

Lager toptarief. Het tarief boven € 69.607 in 2027 (€ 139.214 voor fiscale partners) daalt voor vier jaar (2027 tot en met 2030) van 31% naar 29,2%. Het lage tarief van 24,5% blijft gelijk. Het kabinet wil aandeelhouders zo stimuleren om 'vastzittend vermogen' uit de onderneming te halen.

Rekenvoorbeeld (indicatief): een BV behaalt € 1.000.000 winst en keert na vennootschapsbelasting alles in één keer uit aan één aandeelhouder. Vennootschapsbelasting: 19% over de eerste € 200.000 en 25,8% over de rest, samen € 244.400. Over het resterende € 755.600 aan dividend betaalt de aandeelhouder in box 2 ongeveer € 217.400 (24,5% over € 69.607 en 29,2% daarboven). Bij het huidige tarief van 31% zou dat ongeveer € 229.700 zijn. De totale belastingdruk komt daarmee op circa 46,2% in plaats van 47,4%.

Strengere regels voor lenen bij de eigen BV. Heeft u op 31 december meer dan een bepaald bedrag van uw eigen BV geleend, dan wordt het meerdere belast als zogenoemd fictief regulier voordeel in box 2. Die grens is nu € 500.000. Vanaf 2027 wordt de grens in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 verlaagd naar € 100.000, dus naar € 420.000 per eind 2027. Leningen voor de eigen woning blijven – onder strikte voorwaarden – buiten de regeling.

Vererving van een aanmerkelijk belang. Vanaf 2027 kan de faciliteit voor een vererfd aanmerkelijk belang (‘overlijdensdividend’) niet meer worden toegepast ten aanzien van een fictief regulier voordeel wegens excessief lenen. Met die faciliteit kan een erfgenaam onder voorwaarden dividend uit de BV halen om de verschuldigde erfbelasting en inkomstenbelasting te voldoen. Zo wil het kabinet voorkomen dat de faciliteit wordt gebruikt om box 2-heffing over bovenmatige schulden uit te stellen.

Zetelverplaatsing naar Nederland. Verplaatst een buitenlandse vennootschap haar zetel naar Nederland, dan wordt een buitenlandse aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in Nederland belastingplichtig in box 2. Vanaf 1 januari 2027 geldt als verkrijgingsprijs de waarde in het economische verkeer op dat moment. Alleen de waardeontwikkeling vanaf dat moment wordt dan in beginsel in Nederland belast.

Wat kunt u doen? Bekijk uw dividendbeleid en uw rekening-courantpositie bij de BV. Als het lagere tarief doorgaat, kan de timing van uitkeringen verschil maken. Een grote lening bij de eigen BV wordt de komende jaren steeds lastiger vol te houden. Dat is ook een aandachtspunt bij een geplande overdracht binnen de familie.

Inkomstenbelasting box 3: het huidige stelsel blijft voorlopig, maar de belastingheffing stijgt

Hoe werkt box 3 in 2027? In 2027 blijft de forfaitaire heffing gelden: de Belastingdienst gaat uit van een fictief rendement over drie categorieën (banktegoeden, overige bezittingen en schulden), op basis van uw vermogen op 1 januari. Over dat fictieve rendement betaalt u 36%. Voor banktegoeden en schulden worden de percentages pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld.

Wat is de tegenbewijsregeling? De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 dat het aangepaste forfaitaire stelsel in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) als een belastingplichtige een lager werkelijk rendement heeft behaald dan het forfait. De wetgever heeft een mogelijkheid tot tegenbewijs vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3, zodat belastingplichtigen tegemoet kunnen worden gekomen om een schending van het EVRM weg te nemen. De regeling werkt als volgt:

  • U kunt aantonen dat het werkelijke rendement over uw gehele box 3-vermogen lager was dan het forfaitaire rendement. Het werkelijke rendement bestaat uit alle voordelen: rente, dividend, huur en (gerealiseerde en ongerealiseerde) waardeontwikkelingen, onder aftrek van de kosten van schulden.
  • U moet dit zelf opgeven en onderbouwen, in de aangifte inkomstenbelasting of (voor eerdere jaren) via het formulier 'Opgaaf werkelijk rendement'. Het werkelijke rendement geldt alleen als het lager is dan het forfait. Is het hoger, dan blijft het forfait gelden. U betaalt dus nooit meer dan volgens het forfaitaire stelsel.
  • Het voordeel van het eigen gebruik van een box 3-pand hoort bij het werkelijke rendement. Voor 2026 en 2027 moet u dit opgeven als u een beroep doet op tegenbewijs.

De regeling is tijdelijk en loopt tot het nieuwe box 3-stelsel van kracht wordt. Voor wie veel vermogen heeft en dat actief belegt, kan het werkelijke rendement in een slecht beleggingsjaar fors lager zijn dan het forfait.

Wat verandert er in 2027? Het kabinet stelt de volgende wijzigingen voor:

  • Het heffingvrije vermogen daalt van € 59.357 naar € 30.846 per persoon (voor fiscale partners van € 118.714 naar € 61.692). Dat is bijna een halvering.
  • Het forfaitaire rendement op overige bezittingen stijgt van 6,37% naar 7,87%. De effectieve belasting over overige bezittingen komt daarmee op ongeveer 2,83% (36% × 7,87%) van het bedrag boven het heffingvrije vermogen, tegen ongeveer 2,29% (36% × 6,37%) bij het eerdere uitgangspunt.

Rekenvoorbeeld (indicatief): een alleenstaande met € 1.000.000 aan overige bezittingen en geen schulden betaalt volgens het eerdere uitgangspunt (heffingvrij vermogen € 60.098, rendement 6,37%) ongeveer € 21.550 aan box 3-belasting. Volgens het nieuwe voorstel is dat ongeveer € 27.460. Dat is ruim € 5.900 meer.

En na 2027? Het kabinet wil per 2028 alle financiële instrumenten (e.g. aandelen, obligaties en opties) onder een vermogenswinstbelasting brengen, waarbij pas belasting verschuldigd is bij realisatie. Zo komt ongeveer 90% van het box 3-vermogen onder die systematiek. Onroerend goed viel daar al onder, en de overige categorieën (e.g. cryptovaluta) volgen in 2030. Het voorstel om het heffingvrije resultaat in 2028 te verlagen van € 1.800 naar € 1.000 heeft in de Tweede Kamer geen steun: de Kamer wil kleine spaarders ontzien en het kabinet werkt aan een alternatieve dekking.

Familiebedrijven. De Tweede Kamer heeft het kabinet in februari 2026 (motie-Stoffer) gevraagd een afgebakende definitie van familiebedrijven uit te werken, zodat aandelen in familiebedrijven onder een vermogenswinstbelasting kunnen vallen. Dit betreft alleen belangen die in box 3 vallen, dus belangen van minder dan 5%. Het kabinet zag hiervoor tot nu toe geen ruimte, vanwege het risico op onrechtmatige staatssteun.

Wat kunt u doen? Reken nu door of de tegenbewijsregeling bij uw portefeuille voordeliger uitpakt dan het forfait, en leg uw gegevens zo vast dat u het werkelijke rendement kunt aantonen. Bekijk daarnaast of het zinvol is om vermogen in een andere structuur te houden, zoals een BV. Doe dit voor 1 januari 2027, want dat is de peildatum van box 3.

Schenk- en erfbelasting: geen nieuwe maatregelen, wel indexatie

Tarieven en vrijstellingen. Het Belastingplan bevat geen wijzigingen in de tarieven van de schenk- en erfbelasting en niet in de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). De tarieven blijven:

  • 10% en 20% voor partners en kinderen;
  • 18% en 36% voor kleinkinderen;
  • 30% en 40% voor overige verkrijgers.

Vrijstellingen en de eerste schijf worden zoals elk jaar geïndexeerd met 2,6%. De eerste schijf loopt in 2027 tot € 162.795 (2026: € 158.669). Voorlopige bedragen voor 2027 zijn onder andere:

  • De jaarlijkse schenkingsvrijstelling van ouders aan een kind: € 7.088 (2026: € 6.908);
  • De eenmalig verhoogde vrijstelling voor een kind van 18 tot 40 jaar: € 33.991 (2026: € 33.129);
  • De erfbelastingvrijstelling voor een partner: € 849.564 (2026: € 828.035).

Papieren schenkingen. Het kabinet heeft de schenking op papier opgenomen in de lijst van 'opmerkelijke belastingconstructies' (Voorjaarsnota). Bij een papieren schenking wordt een schenking aan een kind niet in geld, maar via een schuldvordering met een rente van 6% gedaan, waarbij schenkbelasting wordt berekend over de waarde van de vordering. Het kabinet onderzoekt twee richtingen om deze ‘opmerkelijke belastingconstructie’ te voorkomen, zijnde: een lagere rekenrente dan 6% of een fictie in de schenk- en erfbelasting. Er ligt nog geen (wets)voorstel.

Bedrijfsopvolging. De BOR is afgelopen jaren meerdere malen aangescherpt, onder meer voor aan derden verhuurd vastgoed en voor schenkers en erflaters die op hoge leeftijd een onderneming starten. Het Belastingplan 2027 bevat geen nieuwe aanscherpingen, maar het beleid blijft in beweging.

Wat kunt u doen? Het ontbreken van nieuws is ook informatie. Zeker bij een geplande bedrijfsopvolging of een schenking op papier is het verstandig om niet af te wachten, omdat het beleid kan veranderen.

Vennootschapsbelasting: stabiele tarieven, aandacht voor reorganisaties

Tarieven. De tarieven blijven gelijk: 19% over de eerste € 200.000 aan belastbaar resultaat (winst minus verrekenbare verliezen) en 25,8% over het meerdere.

Bedrijfsfusie en splitsing. In de vennootschapsbelasting geldt een bewijsvermoeden dat een fusie of splitsing niet zakelijk is gemotiveerd als aandelen binnen drie jaar aan een derde worden verkocht. Dit vermoeden wordt geschrapt, omdat de Hoge Raad op 27 februari 2026 oordeelde dat het in strijd is met de Europese Fusierichtlijn. De inspecteur kan de faciliteit nog steeds weigeren als hij kan bewijzen dat de reorganisatie vooral gericht is op het ontgaan of uitstellen van belasting. In de overdrachtsbelasting blijft een vergelijkbaar vermoeden wel bestaan.

Valuta-afdekking van deelnemingen. Voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen, valt alleen nog het niet-ingeprijsde valutaresultaat op afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling. Het vooraf verwachte (ingeprijsde) resultaat wordt belast. Voor bestaande situaties geldt overgangsrecht tot 31 december 2027, mits de rechtshandeling vóór 15 september 2026 is aangegaan en toen een volledig verzoek bij de inspecteur lag.

Innovatiebox. De forfaitaire regeling, waarmee een vast deel van de winst zonder vooroverleg in de innovatiebox kan worden opgenomen (effectief 9%), wordt verruimd. Het maximumbedrag stijgt van € 25.000 naar € 100.000 per jaar.

Minimumbelasting (Pillar Two). Voor grote groepen worden nieuwe zogenoemde veiligehavenregels uit het internationale Side-by-Side-pakket in de Wet minimumbelasting 2024 opgenomen. Deze regels gelden voor multinationale groepen met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste € 750 miljoen.

Wat kunt u doen? Loopt er een reorganisatie of verkoop binnen uw familiebedrijf, laat dan nu beoordelen of de zakelijke motieven goed zijn vastgelegd. Heeft uw groep deelnemingen met valuta-afdekking, controleer dan of het overgangsrecht voor u geldt.

Overdrachtsbelasting: lager tarief voor beleggingswoningen

Wat verandert er? Het tarief voor woningen waarin de koper zelf niet gaat wonen daalt per 1 januari 2027 van 8% naar 7%. Het gaat onder meer om beleggingswoningen en recreatiewoningen, bijvoorbeeld bij aankoop door een BV. De verlaging was al aangekondigd en is bedoeld om investeren in de huurwoningmarkt aantrekkelijker te maken.

Wat blijft gelijk? Het tarief van 2% voor een woning die de koper als hoofdverblijf gebruikt blijft gelijk, evenals het tarief van 10,4% voor bedrijfspanden en grond en de vrijstelling voor starters op de woningmarkt.

Wat kunt u doen? Speelt een aankoop rond de jaarwisseling? Dan kan het voordelig zijn om de notariële overdracht pas in 2027 te laten plaatsvinden. Dat geldt alleen als de maatregel wordt aangenomen. Houd daarbij rekening met de afspraken over de levering met de verkoper.

Overige belastingen: dividendbelasting

Wat verandert er? Vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices die via een buitenlandse beleggingsinstelling Nederlandse dividenden ontvangen, kunnen vanaf 2027 een teruggaaf van dividendbelasting krijgen. Aanleiding is een arrest van de Hoge Raad uit 2024. Daarin stond dat Nederlandse achterliggers via een buitenlandse beleggingsinstelling niet zwaarder belast mogen worden dan via een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling.

Hoe wordt de teruggaaf berekend? Het bedrag volgt uit een formule, maar u kunt ook verzoeken om een berekening zonder formule.

Wat kunt u doen? Houdt u Nederlandse aandelen via een buitenlandse beleggingsinstelling, laat dan nagaan of u voor een teruggaaf in aanmerking komt.

Wat kunt u nu doen?

Scenarioplanning. Het Belastingplan en de novelle moeten nog door beide Kamers worden aangenomen. Dat vraagt om scenarioplanning in plaats van haastige beslissingen. Voor veel vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices zijn onderstaande vragen waarschijnlijk relevant:

  • Wat betekenen de hogere tarieven en de bevroren aftoppingsgrens in box 1 voor mijn inkomens- en pensioenplanning?
  • Moet ik mijn dividendplanning en mijn rekening-courantpositie bij de BV aanpassen?
  • Wat is het effect van het nieuwe box 3-plan op mijn vermogenspositie, en is het werkelijke rendement of het forfait voordeliger?
  • Wat betekent beleid rondom schenken en bedrijfsopvolging voor mijn familiebedrijf of mijn beleggingsportefeuille?
  • Is mijn reorganisatie of verkoop binnen het familiebedrijf fiscaal goed onderbouwd?
  • Is het slim om een vastgoedaankoop te laten doorschuiven naar 2027?
  • Kom ik in aanmerking voor een teruggaaf van dividendbelasting?

Neem contact op. Wilt u weten wat deze plannen voor uw situatie betekenen? Neem gerust vrijblijvend contact op via [email protected].

Dit is algemene informatie en geen persoonlijk advies. De voorstellen zijn nog niet definitief. Stand van zaken: 1 november 2026.

Dit bericht gaat over: Structurering van privévermogen

Alle nieuwsberichten

Vertrouwen als basis. Vertrouwelijkheid vanzelfsprekend.

Aan tafel of telefonisch. Vrijblijvend en vertrouwelijk.