Nieuwsbericht1 november 2026

Box 3 sinds het Kerstarrest: waar staan we nu?

Beeld van Vrouwe Justitia met weegschaal onder een glazen dak

Sinds het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 is box 3 voortdurend in beweging. Wetgever en Hoge Raad zoeken sindsdien naar een heffing die aansluit bij het werkelijk behaalde rendement. In deze nieuwsbrief wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wetgeving en jurisprudentie tot en met de recente brief van het kabinet van 29 september 2026, zodat u weet hoe box 3 er nu op hoofdlijnen voor staat.

Deze nieuwsbrief is bedoeld als overzicht en niet als reactie op een recente ontwikkeling. Wat het kabinet voor 2027, 2028 en 2030 voorstelt, is nog geen wet. Voor vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices met vermogen in box 3, bijvoorbeeld beleggingen, vastgoed of een tweede woning, is het zinvol om de ontwikkelingen in samenhang te bekijken.

De belangrijkste cijfers op een rij

Onderwerp2021202220232024202520262027 (voorstel)
Tarief31%31%32%36%36%36%36%
Heffingvrij vermogen per persoon€ 50.000€ 50.650€ 57.000€ 57.000€ 57.684€ 59.357€ 30.846
Forfaitair rendement banktegoeden0,01%0,00%0,92%1,44%1,37%1,28%*n.n.b.
Forfaitair rendement overige bezittingen5,69%5,53%6,17%6,04%5,88%6,00%7,87%
Forfaitair rendement schulden2,46%2,28%2,46%2,61%2,70%2,70%*n.n.b.

Voorlopig percentage. De definitieve percentages voor banktegoeden en schulden over 2026 zijn begin 2027 bekend.

Box 3 in het kort

Het forfaitaire stelsel. In box 3 wordt niet het rendement belast dat u werkelijk behaalt, maar een fictief rendement over de waarde van uw vermogen op 1 januari, boven het heffingvrije vermogen. Sinds de box 3 herstelwetgeving met terugwerkende kracht t/m 2017 werd ingevoerd en de ‘Overbruggingswet box’ voor de jaren vanaf 2023, wordt daarbij gerekend met drie categorieën: (i) banktegoeden, (ii) overige bezittingen (zoals beleggingen en vastgoed) en (iii) schulden.

Het probleem. Het fictieve rendement kan hoger zijn dan het rendement dat u in werkelijkheid behaalt, bijvoorbeeld in een jaar met koersdalingen. Over die kloof gaat het Kerstarrest en alles wat daarop volgde.

Het Kerstarrest en het rechtsherstel (2021 tot en met 2023)

Het Kerstarrest (24 december 2021). In het Kerstarrest oordeelde de Hoge Raad kort gezegd dat de heffing in box 3 vanaf 2017 een inbreuk vormt op het discriminatieverbod van artikel 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en op het eigendomsrecht van artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM, als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. In de zaak die voorlag, bood de Hoge Raad rechtsherstel door te heffen over het werkelijke rendement.

Rechtsherstel voor bezwaarmakers. Wie tijdig bezwaar had gemaakt, of van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, kreeg rechtsherstel via het ‘Besluit rechtsherstel box 3’ en daarna de ‘Wet rechtsherstel box 3’ (i.e. de jaren 2017 tot en met 2022). Die wet rekent met rendementspercentages die het werkelijke rendement zo goed mogelijk moeten benaderen, en met een fictieve beleggingsmix.

Niet-bezwaarmakers. Op 20 mei 2022 oordeelde de Hoge Raad dat wie te laat bezwaar had gemaakt tegen de aanslagen over 2017 en 2018 waardoor de belastingaanslag al onherroepelijk vaststond, geen recht heeft op rechtsherstel. In de zogenoemde massaalbezwaarplusprocedure bevestigde de Hoge Raad op 25 juni 2026 zijn eerdere oordeel uit 2022.

De Overbruggingswet (per 2023). Voor de jaren vanaf 2023 kwam er een tijdelijke regeling, de ‘Overbruggingswet box 3’. Het heffingvrije vermogen steeg naar € 57.000 en het tarief naar 32%. Per 2024 ging het tarief naar 36%. Doordat het nieuwe box 3-stelsel met een belastingheffing op basis van werkelijk rendement al maar wordt uitgesteld, geldt deze Overbruggingswet box 3 nog steeds.

Wat kunt u doen? Controleer voor welke jaren uw aanslagen nog niet onherroepelijk vaststaan en of u destijds tijdig bezwaar hebt gemaakt. Dat bepaalt of en hoe u een beroep kunt doen op rechtsherstel.

De arresten van 2024: ook de herstelwetgeving is strijdig met het EVRM

De arresten van 6 juni 2024. De Hoge Raad oordeelde dat ook de ‘Wet rechtsherstel box 3’ (2017 tot en met 2022) en de Overbruggingswet box 3 (vanaf 2023) het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schenden, als het fictieve rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Voor andere bezittingen dan banktegoeden is dat fictieve rendement namelijk op een vergelijkbare manier als in het oude box 3-stelsel. In dat geval moet de aanslag zover worden verminderd dat alleen belasting wordt betaald over het werkelijke rendement.

Vervolgarresten (o.a. 14 juni, 2 augustus en 20 december 2024). In latere arresten werkte de Hoge Raad uit hoe het werkelijke rendement moet worden bepaald. Het verschil tussen het fictieve en het werkelijke rendement mag klein zijn: de Hoge Raad beperkt rechtsherstel niet tot grote verschillen.

Wat telt mee als werkelijk rendement? De Hoge Raad sluit zoveel mogelijk aan bij het rendementsbegrip dat de wetgever voor ogen had bij het forfaitaire stelsel:

  • Het werkelijke rendement wordt bepaald over het gehele box 3-vermogen, dus ook over banktegoeden, maar zonder aftrek van het heffingvrije vermogen;
  • Het gaat om alle vermogensbestanddelen die u in de loop van het jaar had, niet alleen die van 1 januari;
  • Het gaat om het nominale rendement, dus zonder rekening te houden met inflatie;
  • Naast rente, dividend en huur tellen ook gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen mee, zowel positief als negatief;
  • Kosten zijn niet aftrekbaar, behalve de werkelijke rente op schulden die tot box 3 behoren;
  • Rendementen of verliezen uit andere jaren worden niet verrekend.

Rente en geen drempel. Wie rechtsherstel krijgt, heeft in principe geen recht op rentevergoeding over de teruggaaf.

Wat kunt u doen? Reken per jaar na of uw werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement, over uw hele box 3-vermogen, dus inclusief spaargeld en schulden.

Vastgoed: eigen gebruik en waardeontwikkeling

Gerealiseerd en ongerealiseerd. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ook waardeveranderingen die u nog niet heeft gerealiseerd, tot het werkelijke rendement behoren. Dat geldt voor positieve en negatieve waardeveranderingen, en dus ook voor een woning of ander vastgoed in box 3.

De WOZ-waarde als maatstaf. Voor woningen wordt de waardeverandering bepaald aan de hand van de WOZ-waarde aan het begin en het einde van het jaar. Het gaat om het verschil tussen de WOZ-waarde van het jaar en die van het daaropvolgende jaar. Voor 2019 gaat het dus om het verschil tussen de WOZ-waarde 2020 en 2019.

Aankoop of verkoop in de loop van het jaar. Wordt een woning in de loop van het jaar gekocht of verkocht, dan wordt de waardeverandering tijdsevenredig verdeeld tussen koper en verkoper. Een verschil tussen de koop- of verkoopprijs en de WOZ-waarde beïnvloedt wel de waarde van uw totale vermogen, maar telt niet mee als rendement.

Onderhoud en investeringen. Kosten van onderhoud zijn niet aftrekbaar, maar de waardeverandering die uit onderhoud voortvloeit, telt wel mee. De waardeverandering door verbetering of uitbreiding telt niet mee voor de bepaling van het werkelijk rendement. De WOZ-waarde van een jaar heeft namelijk de peildatum van 1 januari van het jaar ervoor. Daardoor zit een verbetering gedurende het jaar niet in de WOZ-waarde van dat jaar, en blijft die voor woningen in de praktijk buiten beeld.

Eigen gebruik (20 december 2024). In een arrest over een tweede woning oordeelde de Hoge Raad dat het voordeel van eigen gebruik in beginsel tot het rendement behoort. Omdat de wet geen manier geeft om dat voordeel te berekenen, stelde de Hoge Raad het op nihil. De ‘Wet tegenbewijsregeling box 3’ volgt het oordeel van de Hoge Raad voor de jaren tot en met 2025. Vanaf 2026 is het voordeel van eigen gebruik de economische huurwaarde. Het kabinet noemde een forfait van 5,06% van de WOZ-waarde als de economische huurwaarde.

Buitenlands vastgoed (18 juli 2025). In een arrest over een woning in Frankrijk liet de Hoge Raad het werkelijke rendement van de buitenlandse woning buiten beschouwing. Volgens de Belastingdienst doet dit arrest niet af aan de algemene regels voor het bepalen van het werkelijk rendement: het rendement op buitenlands vermogen telt wel mee voor de beoordeling van de tegenbewijsregeling.

Wat kunt u doen? Leg per woning of pand de WOZ-waarden van twee opeenvolgende jaren vast, evenals aankoop- en verkoopdata en de omvang van verbouwingen. Houd er rekening mee dat eigen gebruik vanaf 2026 wel meetelt.

De Wet tegenbewijsregeling box 3 (2025)

Wat deze wet regelt. De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 12 juni 2025 door de Tweede Kamer en op 8 juli 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet bepaalt hoe u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement, en volgt daarbij grotendeels de regels van de Hoge Raad. Het werkelijke rendement wordt volgens het kasstelsel bepaald en aan partners toegerekend naar hun aandeel in de gezamenlijke grondslag. Daarnaast komt er een zakelijkheidstoets bij transacties tussen verbonden partijen.

Voor wie en tot wanneer. Voor 2021 en latere jaren kunnen alle belastingplichtigen de regeling gebruiken. Voor 2017 tot en met 2020 geldt dat in beginsel alleen voor wie tijdig bezwaar maakte of van wie de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. Is de aanslag over 2021 onherroepelijk, dan kunt u nog tot eind 2026 een verzoek om ambtshalve vermindering doen.

In de praktijk. Sinds 9 juli 2025 is het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) beschikbaar. Vanaf de aangifte over 2025 kunt u het werkelijke rendement ook rechtstreeks in de aangifte opgeven. Het is de bedoeling dat Nederlandse financiële instellingen vanaf 2027 het rendement op beleggingen doorgeven, zodat de gegevens kunnen worden vooraf ingevuld.

Stand van de uitvoering. In een Kamerbrief van 30 juni 2026 meldt de Staatssecretaris van Financiën dat tot 8 juni 2026 ruim 800.000 OWR-formulieren zijn ingediend. In de aangiften over 2025 werd ruim 200.000 keer gebruikgemaakt van het werkelijke rendement. De behandeling van bezwaren en het toezicht lopen volgens die brief zeker door tot 2030.

Wat kunt u doen? Maak per belastingjaar duidelijk of de tegenbewijsregeling voor u voordeliger is dan het forfait. Dat hangt af van uw vermogenssamenstelling en uw rendement per jaar.

Het nieuwe box 3-stelsel: van vermogensaanwas naar vermogenswinst (2022 tot en met 29 september 2026)

Voorgeschiedenis (2022 tot en met 2024). De contouren van een stelsel op basis van het werkelijke rendement werden op 15 april 2022 door het toenmalige kabinet gepresenteerd. In een Kamerbrief van 29 september 2022 schetste het kabinet twee mogelijke varianten: een vermogenswinstbelasting en een vermogensaanwasbelasting. In september 2023 volgde de internetconsultatie van de ‘Wet werkelijk rendement box 3’. De Raad van State sprak op 2 december 2024 in zijn advies van zwaarwegende bezwaren, onder meer vanwege de complexiteit. Op 13 december 2024 maakte het kabinet bekend dat invoering in 2027 niet haalbaar is en dat 2028 de nieuwe beoogde invoeringsdatum is.

De Wet werkelijk rendement box 3. Het wetsvoorstel is in mei 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel regelt dat vanaf 2028 het totale werkelijke rendement belast: (i) het directe rendement (zoals rente, huur en dividend) en (ii) de waardeontwikkeling. Als hoofdregel was een vermogensaanwasbelasting voorgesteld, met als uitzondering een vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken en bepaalde niet-beursgenoteerde aandelen. Onder een vermogensaanwasbelasting worden gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkelingen belast. Onder de vermogenswinstbelasting worden waardeontwikkeling pas in de belastingheffing betrokken bij daadwerkelijke realisatie.

Het voorstel bevat een heffingvrij resultaat van € 1.800 per belastingplichtige, een tarief van 36% en verliesverrekening met toekomstige jaren. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan. De Eerste Kamer heeft de stemming uitgesteld, in afwachting van een novelle.

Familiebedrijven. In april 2024 werd de afwijkende behandeling van aandelen in familiebedrijven uit het wetsvoorstel gehaald. Bij de behandeling in de Tweede Kamer in februari 2026 is gevraagd om een afgebakende definitie van familiebedrijven uit te werken. Dit betreft belangen die in box 3 vallen, dus minder dan 5%.

Kamerbrief van 19 juni 2026. De Staatssecretaris van Financiën schetste in deze brief opties om het wetsvoorstel te verbeteren, zoals: (i) één jaar achterwaartse verliesverrekening, (ii) behoud van de heffingskorting voor groen beleggen en (iii) een verlaging van het tarief van 36% naar 35%.

De brief van het kabinet van 29 september 2026. Het kabinet stelt voor om via een novelle op de Wet werkelijk rendement box 3 per 2028 alle financiële instrumenten (e.g. aandelen, obligaties en opties) onder een vermogenswinstbelasting te brengen. Waardestijgingen worden dan pas belast bij verkoop, terwijl rente, dividend en huur jaarlijks belast blijven. Volgens het kabinet valt zo ongeveer 90% van het vermogen met waardeontwikkeling direct onder het vermogenswinstregime. Onroerend goed viel daar al onder. In 2030 volgt de overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting. Verder stelt het kabinet voor:

  • Het heffingvrije resultaat in 2028 te verlagen van € 1.800 naar € 1.000;
  • In 2027 het forfaitaire rendement voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt te verhogen van 6,37% naar 7,87%;
  • In 2027 het heffingvrije vermogen te verlagen naar € 30.846 per belastingplichtige, bijna een halvering ten opzichte van 2026 (€ 59.357).

Dit zijn voorstellen en nog geen wet. De novelle moet samen met het Belastingplan 2027 vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen om per 2028 te kunnen ingaan.

Wat kunt u doen? Neem de voorgestelde cijfers voor 2027 en 2028 mee in uw planning, maar houd er rekening mee dat het voorstel nog kan veranderen.

Box 3 in 2026 en daarna: waar staan we nu?

2026. Het forfaitaire stelsel van de Overbruggingswet geldt: 36% over een fictief rendement boven een heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon. Is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u dat via de tegenbewijsregeling aantonen. Het voordeel van eigen gebruik van vastgoed telt vanaf dit jaar mee.

2027. In 2027 blijft het forfaitaire stelsel gelden, met de voorgestelde verhoging van het forfait voor overige bezittingen naar 7,87% en een heffingvrij vermogen van € 30.846.

2028 en 2030. Per 2028 wordt een stelsel op basis van werkelijk rendement beoogd, met een vermogenswinstbelasting voor financiële instrumenten en onroerend goed. In 2030 volgt het overige vermogen.

Wat staat nog open? De novelle moet nog door beide Kamers, en de Eerste Kamer beslist ook over het eerdere wetsvoorstel. Het kabinet vroeg de Raad van State om een spoedadvies over de novelle. Dit (zeer) kritische advies heeft de Raad van State op 30 oktober 2026 met het kabinet gedeeld. Of het stelsel in 2028 daadwerkelijk ingaat, is daarom nog niet zeker.

Wat kunt u doen? Leg uw werkelijke rendement en de onderliggende gegevens vast, ook voor vastgoed. Die gegevens heeft u zowel voor de tegenbewijsregeling nu als voor het nieuwe stelsel straks nodig.

Wat kunt u nu doen?

Toets uw eigen situatie. Voor veel vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices zijn deze vragen nuttig:

  • Is mijn werkelijke rendement over 2021 en latere jaren lager dan het forfaitaire rendement, en heb ik daarvoor al het OWR-formulier ingediend of een verzoek gedaan?
  • Staan mijn aanslagen over 2017 tot en met 2020 nog open, en heb ik destijds tijdig bezwaar gemaakt?
  • Welke WOZ-waarden, aankoopdata en verbouwingen heb ik vastgelegd voor mijn woningen en panden in box 3?
  • Wat betekent het voorstel voor 2027, met een heffingvrij vermogen van € 30.846 en een forfait van 7,87%, voor mijn vermogen?
  • Wat betekent de overstap naar een vermogenswinstbelasting in 2028 voor mijn beleggingen en mijn vastgoed?
  • Is het zinvol om vermogen in een andere structuur te houden, bijvoorbeeld een bv?

Neem contact op. Wilt u weten hoe uw box 3-vermogen er na deze ontwikkelingen voor staat Neem gerust contact op via [email protected].

Dit is algemene informatie en geen persoonlijk advies. Box 3 is voortdurend in beweging. Stand van zaken: 1 november 2026.

Dit bericht gaat over: Structurering van privévermogen

Alle nieuwsberichten

Vertrouwen als basis. Vertrouwelijkheid vanzelfsprekend.

Aan tafel of telefonisch. Vrijblijvend en vertrouwelijk.