Familiebedrijf en opvolging1 november 2026

De bedrijfsopvolgingsregeling: waar staan we nu?

Oude drukpers in een werkplaats

Wie een familiebedrijf overdraagt aan de volgende generatie, krijgt in de basis met twee belastingen te maken: de inkomstenbelasting (box 2) en de schenk- of erfbelasting. De doorschuifregeling aanmerkelijk belang (DSR) stelt de heffing in box 2 uit, de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) geeft een vrijstelling in de schenk- en erfbelasting. De twee regelingen zijn bedoeld om samen te werken en zijn de afgelopen jaren ook samen aangepast. In deze nieuwsbrief wordt een overzicht gegeven van die wetsontwikkelingen sinds 2022, zodat u weet hoe beide regelingen er nu op hoofdlijnen voor staan. Van belang is dat de daadwerkelijke toepassing van de DSR en BOR mede afhankelijk is van rechtspraak van de Hoge Raad.

Deze nieuwsbrief is bedoeld als overzicht en niet als reactie op een recente ontwikkeling. In het Belastingplan 2027 zijn geen nieuwe BOR-maatregelen opgenomen. Wel bevat dat belastingplan, op basis van een brief van de Minister van Financiën met aanvullende voorstellen, wijzigingen in box 2 (tarief en leenregels) die van belang zijn voor wie later een doorgeschoven claim afrekent; die komen verderop terug. Voor vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices die een onderneming willen overdragen of hebben overgenomen, is het zinvol om beide regelingen in samenhang te bekijken.

De belangrijkste cijfers op een rij

Onderwerp2023202420252026
Box 2: tarief boven de eerste schijf (2023: enig tarief)26,9%33%31%31%
DSR: dienstbetrekkingseis bij schenking (maanden in dienst)363600
DSR: doelmatigheidsmarge beleggingsvermogen5%5%5%5%
DSR en BOR: minimumleeftijd verkrijger bij schenkingn.v.t.n.v.t.21 jaar21 jaar
BOR: volledige (100%) vrijstelling tot een ondernemingswaarde van€ 1.205.871€ 1.325.253€ 1.500.000€ 1.543.500
BOR: vrijstelling over het meerdere83%83%75%75%
BOR: doelmatigheidsmarge beleggingsvermogen5%5%0%0%
BOR: voortzettingstermijn (verkrijgingen in dat jaar)5 jaar5 jaar3 jaar3 jaar
BOR: bezitstermijn schenker / erflater5 / 1 jaar5 / 1 jaar5 / 1 jaar5 / 1 jaar

DSR en BOR in het kort: twee regelingen, één overdracht

Het probleem. Bij schenking of vererving van aandelen waarin u een aanmerkelijk belang (kort gezegd een aandelenbelang van ten minste 5%) houdt, is er in beginsel een fictieve vervreemding. De waardestijging wordt dan in box 2 belast, terwijl er geen geld binnenkomt. Daarnaast is over de waarde van de aandelen schenk- of erfbelasting verschuldigd.

Inkomstenbelasting: de DSR. De doorschuifregeling stelt de box 2-heffing uit voor het deel van de aandelen dat betrekking heeft op ondernemingsvermogen. De belastingclaim wordt niet kwijtgescholden maar doorgeschoven: de verkrijger treedt in de plaats van de schenker of erflater en de heffing volgt bij een latere vervreemding. Voor beleggingsvermogen geldt de DSR niet: daarover wordt direct afgerekend.

Schenk- en erfbelasting: de BOR. De BOR is een voorwaardelijke vrijstelling in de Successiewet 1956. Bij schenking of vererving van ondernemingsvermogen is een groot deel van de waarde vrijgesteld. Daarnaast gelden een zogenoemde bezitseis voor de schenker of erflater en een zogenoemde voortzettingseis voor de verkrijger.

Hoe ze samenhangen. Beide regelingen gaan in principe uit van hetzelfde ondernemingsvermogen en zijn de afgelopen jaren steeds samen aangepast. De verschillen zitten vooral in de voorwaarden: de BOR kent vrijstellingsbedragen, een bezits- en voortzettingseis, de DSR werkt met uitstel van heffing en heeft momenteel nog een eigen doelmatigheidsmarge.

Let op! Bekijk bij een overdracht via schenking of vererving van aandelen altijd beide regelingen tegelijk. Een structuur die voor de BOR werkt, hoeft voor de DSR niet hetzelfde uit te pakken.

Wetgeving: van evaluatie tot aanscherping (2022 tot en met 2026)

Evaluatie en politieke discussie. Recente grote wetswijzigingen volgden na een kritische evaluatie van het CPB in 2022 en het ambtelijke rapport 'Aanpak fiscale regelingen' van 2023. Daarin werden de BOR en de DSR doeltreffend maar ook zeer complex genoemd. Op 29 juni 2023 stuurde de Staatssecretaris van Financiën de uitkomsten van het vervolgonderzoek naar de Tweede Kamer, samen met voorstellen tot versobering die destijds in de Voorjaarsnota waren aangekondigd. Het kabinet besloot dat beide regelingen blijven bestaan, maar waar nodig worden aangepast. De maatregelen zijn vastgelegd in de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 (Wafb 2024) en de Wafb 2025.

Uitsluiting verhuurd vastgoed (per 1 januari 2024, DSR en BOR). Aan derden verhuurd vastgoed kwalificeert sinds 2024 categorisch als beleggingsvermogen. Daarmee kwalificeert het niet meer voor de BOR en de DSR. Kortdurende terbeschikkingstelling, zoals hotelkamers, valt buiten deze regel.

Afschaffing dienstbetrekkingseis en introductie minimumleeftijd (per 1 januari 2025, DSR en BOR). Voor de DSR gold bij schenking dat de verkrijger ten minste 36 maanden in dienst moest zijn van de onderneming. Die dienstbetrekkingseis is vervallen. Daarvoor in de plaats geldt per 1 januari 2025 voor schenkingen een minimumleeftijd van 21 jaar voor de verkrijger, zowel voor de DSR als voor de BOR.

Hogere vrijstelling voor kleinere ondernemingen (per 1 januari 2025, BOR). De volledige vrijstelling is verhoogd tot € 1,5 miljoen (daarna geïndexeerd, in 2026 € 1.543.500). Over het meerdere geldt een vrijstelling van 75% in plaats van 83%. Voor kleinere ondernemingen is de BOR daardoor in de basis gunstiger geworden, voor grote ondernemingen minder gunstig.

Afschaffing doelmatigheidsmarge (BOR sinds 2025, DSR nog niet). De doelmatigheidsmarge van 5% is voor de BOR per 2025 afgeschaft: beleggingsvermogen valt volledig buiten de regeling. Voor de DSR geldt de marge in 2026 nog. De afschaffing daar is uitgesteld tot een bij koninklijk besluit te bepalen moment.

Beperking voor bedrijfsmiddelen met gemengd gebruik (DSR en BOR). Bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt (i.e. meer dan 10% buiten de onderneming) en een waarde hebben van minimaal € 100.000 kwalificeren (kort gezegd) alleen voor het zakelijk gebruikte deel. Dit grensbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en is in 2026 € 103.000.

Wijzigingen in de bezits- en voortzettingseis (2025 en 2026, BOR). De bezitstermijn blijft vijf jaar bij schenking en één jaar bij vererving. De voortzettingstermijn is voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 verkort van vijf naar drie jaar. Per 1 januari 2026 is het bovendien eenvoudiger om tijdens de bezits- of voortzettingstermijn uw familiebedrijf te herstructureren, bijvoorbeeld bij een omzetting in een bv, een fusie of een splitsing. In het kort is de belangrijkste voorwaarde hiervoor dat het economische belang van de schenker of erflater (‘de subjectieve gerechtigdheid’) niet toeneemt, respectievelijk dat dat van de verkrijger niet afneemt.

Definitie preferente aandelen (per 1 januari 2026, DSR en BOR). De wet definieert preferente aandelen sinds 2026 als ‘aandelen met voorrang bij de winstverdeling of liquidatieopbrengsten’. Die vallen in beginsel buiten beide regelingen, behalve als ze zijn ontstaan in het kader van een zogenoemde gefaseerde bedrijfsopvolging. Hybride aandelen worden gedeeltelijk als preferent en gedeeltelijk als niet-preferent aangemerkt.

Aanpak misbruik (per 1 januari 2026, BOR). Er zijn twee misbruikconstructies aangepakt. Bij zogenoemde 'rollatorinvesteringen' wordt door de schenker of erflater op hoge leeftijd vermogen omgezet in ondernemingsvermogen om dat vervolgens met de BOR over te dragen. Voor een overdrager die meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-leeftijd, neemt de vereiste bezitstermijn daarom geleidelijk toe, met zes maanden per extra verstreken jaar. Bij 'dubbel-BOR' wordt een onderneming geschonken met de BOR, teruggekocht met beleggingsvermogen en opnieuw geschonken. Daarom is de BOR kort gezegd uitgesloten voor zover de onderneming eerder in bezit is geweest van de verkrijger, tot maximaal de overdrachtsprijs van het ondernemingsvermogen.

Ter beschikking gestelde onroerende zaken (per 1 januari 2026, BOR). Bij de overdracht van aandelen samen met een ter beschikking gesteld pand wordt de hoogte van de BOR-vrijstelling nu bepaald op het saldo van de waarde van het pand en de bijbehorende schulden.

Uitvoering. Voor de BOR is in 2026 een nieuw Besluit schenk- en erfbelasting BOR verschenen dat het besluit uit 2013 vervangt. Voor de DSR bevat het Verzamelbesluit aanmerkelijk belang 2025 goedkeuringen, onder meer voor cumulatief preferente aandelen bij een gefaseerde opvolging en voor een bijzondere berekening bij afrekening over beleggingsvermogen.

Wat kunt u doen? Controleer of uw onderneming en uw aandelenstructuur nog voldoen aan de eisen die de afgelopen jaren zijn aangescherpt, voor beide regelingen. Leg vast hoe uw ondernemingsvermogen is opgebouwd. Dit geldt vooral voor vastgoed, liquide middelen, preferente aandelen en bedrijfsmiddelen met gemengd gebruik.

De DSR en de BOR in 2026: waar staan we nu?

Inkomstenbelasting: de DSR. Bij schenking is geen dienstbetrekking meer vereist, maar wel moet de verkrijger ten minste 21 jaar oud zijn. De doelmatigheidsmarge van 5% geldt voor de DSR nog, tot de afschaffing bij koninklijk besluit volgt. Verhuurd vastgoed, beleggingsvermogen en preferente aandelen vallen in beginsel buiten toepassing van de DSR. Wat u doorschuift, blijft een belastingclaim in box 2. In 2026 bedraagt het tarief boven de eerste schijf 31%.

Het kabinet stelt in het Belastingplan 2027 voor dat tarief voor 2027 tot en met 2030 te verlagen naar 29,2% (boven € 69.607 in 2027; € 139.214 voor fiscale partners) en de grens voor leningen bij de eigen bv in vijf stappen te verlagen naar € 100.000. Die voorstellen zijn nog geen wet, maar bepalen wel wat een doorgeschoven claim later waard is.

Schenk- en erfbelasting: de BOR. In 2026 is ondernemingsvermogen tot € 1.543.500 volledig vrijgesteld en geldt over het meerdere een vrijstelling van 75%. De vrijstelling geldt per objectieve onderneming, niet per verkrijger. De BOR geldt voor ondernemingsvermogen dat daadwerkelijk in de onderneming wordt gebruikt. Aan derden verhuurd vastgoed, beleggingsvermogen en overtollige liquide middelen vallen in principe buiten toepassing van de BOR.

De schenker moet de onderneming vijf jaar in bezit hebben gehad, de erflater één jaar en de verkrijger moet de onderneming drie jaar voortzetten. De BOR is uitgesloten voor zover de verkrijger de onderneming eerder in bezit had (‘dubbel-BOR’), en de bezitstermijn is verlengd bij overdragers die ruim na hun AOW-leeftijd met de onderneming zijn begonnen.

Wat staat nog open? De afschaffing van de doelmatigheidsmarge in de DSR volgt nog. De politieke discussie over beide regelingen is niet verdwenen, en een volgend kabinet kan opnieuw voorstellen doen om de DSR en BOR verder te versoberen. Daarnaast blijft de rechtspraak over de grens tussen ondernemen en beleggen, en over de bezitseis, van belang.

Wat kunt u doen?

Toets uw eigen situatie. Voor veel vermogende particulieren, familiebedrijven en family offices zijn onderstaande vragen waarschijnlijk relevant:

  • Welk deel van mijn aandelen is ondernemingsvermogen, en welk deel beleggingsvermogen waarover bij een overdracht direct wordt afgerekend?
  • Hoe groot is de box 2-claim die ik doorschuif, en wat betekent het tarief van nu en het voorgestelde tarief voor 2027 voor wat mijn kinderen later afrekenen?
  • Past mijn aandelenstructuur (gewone en preferente aandelen) bij de DSR en de BOR in 2026 en verder?
  • Hoe heeft mijn belang in de onderneming zich ontwikkeld, en wat betekent dat voor de bezitseis?
  • Wat betekenen de bezits- en voortzettingseis voor het moment en de vorm van de overdracht?
  • Zijn eerdere schenkingen, overnames of herstructureringen van invloed op wat nu mogelijk is?

Neem contact op. Wilt u weten waar uw familiebedrijf of uw overdracht staat ten opzichte van de huidige regels? Neem gerust contact op via [email protected].

Dit is algemene informatie en geen persoonlijk advies. De DSR en de BOR zijn voortdurend in beweging. Stand van zaken: 1 november 2026.

Dit bericht gaat over: Bedrijfsopvolging met de BOR

Alle nieuwsberichten

Vertrouwen als basis. Vertrouwelijkheid vanzelfsprekend.

Aan tafel of telefonisch. Vrijblijvend en vertrouwelijk.